Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /home/deb4939/domains/joosthoevers.nl/public_html/amerika2008/wp-settings.php on line 472

Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /home/deb4939/domains/joosthoevers.nl/public_html/amerika2008/wp-settings.php on line 487

Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /home/deb4939/domains/joosthoevers.nl/public_html/amerika2008/wp-settings.php on line 494

Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /home/deb4939/domains/joosthoevers.nl/public_html/amerika2008/wp-settings.php on line 530

Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /home/deb4939/domains/joosthoevers.nl/public_html/amerika2008/wp-includes/cache.php on line 103

Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /home/deb4939/domains/joosthoevers.nl/public_html/amerika2008/wp-includes/query.php on line 21

Deprecated: Assigning the return value of new by reference is deprecated in /home/deb4939/domains/joosthoevers.nl/public_html/amerika2008/wp-includes/theme.php on line 623
Amerika 2008

Foto’s!

Thursday, 20 March 2008

Beste mensen,

Ruim een week na mijn thuiskomst is het me eindelijk gelukt om een kleine selectie uit mijn 2800(!) foto’s te maken, én om software op mijn weblog te installeren om die foto’s ook nog online te kunnen zetten. Met pijn en moeite heb ik vervolgens weer veel mooie foto’s uit die selectie weten te schrappen, om te voorkomen dat jullie drie dagen bezig zijn met foto’s kijken… Uiteindelijk ben ik gekomen tot een Top-101, die je kunt bereiken via het menu aan de rechterkant (onder het kopje ‘Overig’), of via deze link.

Wil je meer foto’s van bijvoorbeeld één locatie zien, wil je een nóg grotere versie van een specifieke foto, of wil je gewoon alle 2800 foto’s hebben? Stuur me dan even een emailtje.

Veel kijkplezier!

Groeten,
Joost.

Ontwenningsverschijnselen

Tuesday, 11 March 2008

Het is weer wennen aan Nederland. Wennen aan regen, aan temperaturen van één cijfer. Wennen aan het dragen van lange mouwen, aan het moeten meenemen van een jas. Wennen aan het Nederlands, aan het gebrek aan ‘smalltalk’ met de juffrouw achter de toonbank. Wennen aan het schakelen, en wennen aan het gebrek aan stopborden.

Allemaal zaken die ik gisteren, maandag, niet hoefde te ervaren. Vandaag, dinsdag, liggen de zaken anders. De Nederlandse regen, kou, taal, mentaliteit en verkeersituatie was ik gedurende die mooie maand in Amerika behoorlijk ontwend, en dat is weer even opnieuw wennen. Begrijp me niet verkeerd, het is ook heerlijk om weer thuis te zijn, maar eigenlijk had dit bericht dus ‘Herwenningsverschijnselen’ moeten heten, of iets dergelijks.

De maandag begon, in mijn motel in Los Angeles, net zo vroeg/laat als inmiddels gebruikelijk was geworden. Omdat deze laatste dag in de VS eigenlijk maar een halve dag was – ik moest om half vier op het vliegveld zijn en daarvoor nog de huurauto inleveren – besloot ik geen echte ‘activiteit’ in te plannen. Na het opnieuw organiseren van de inhoud van mijn koffers (ik wilde ze ongeveer even zwaar maken), ben ik tegen elf uur naar het strand gereden. Aangezien ik niet al te ver van de luchthaven wilde zijn besloot ik naar het strand direct ten westen van het vliegveld te rijden; zo dichtbij als mogelijk dus. Vanaf daar had je een mooi uitzicht op de opstijgende vliegtuigen.

Na daar een uur geluierd te hebben werd het lunchtijd, en ben ik dankzij TomTom naar de dichtstbijzijnde Subway gereden. Om half twee was ik daar klaar, en vond ik het niet handig om eerst nog eens terug naar het strand te rijden. Dus heb ik de auto direct maar teruggebracht, ben ik op de pendelbus naar het vliegveld gestapt, heb ik eerst mijn koffers en toen mijzelf ingecheckt, en was ik om half drie al door alle controle heen. En dat terwijl mijn vlucht pas om half zeven zou vertrekken… Enfin, met wat rondlopen langs en door de winkeltjes, en met de tijdschriften die ik gekocht had, wist ik me wel te vermaken, en toen we om kwart voor zes in mochten stappen bleek er inderdaad niemand naast me te zitten. Gelukje, meer beenruimte!

Het opstijgen, voor de derde keer in mijn leven en voor de tweede keer bij een raampje, was wederom net zo mooi als al die boeken met luchtfoto’s die je van ongeveer elke stad kunt kopen (en die ik ook altijd allemaal wil kopen). Het uitzicht over een Amerikaanse stad (vierkanten!) is echt geweldig.

Al snel werd het donker, en na een uur of vier vliegen werden de cabinelichten uitgedaan, en was het ‘bedtijd’. Ik heb echter geen seconde weten te slapen, hoewel je toch ook wel wat uitrust van onderuitgezakt nietsdoen met je ogen dicht. Weer vier uur later gingen de lichten weer aan, ongeveer anderhalf uur voor onze landing op Schiphol, en werd het ontbijt geserveerd.

Aangekomen op Schiphol heb ik de theorie bewezen dat wie als eerste zijn koffer incheckt, ‘m als laatste terugkrijgt. Hoewel het ook gewoon toeval kan zijn… Na het passeren van de douane (heeft nou niemand op die röntgenapparaten gezien dat ik voor mijn moeder een gigantische dennenappel het land in heb gesmokkeld?) stonden vader, moeder en zuster mij op te wachten. Samen hebben we mijn eerste USA-ontwenningsverschijnsel wat uitgesteld, door bij de Starbucks van een ‘Grande’ bak koffie te genieten.

Onderweg naar huis heel wat afgegaapt, vanwege het enorme gebrek aan slaap. Thuis aangekomen begon de adrenaline echter kennelijk te stromen (waardoor?), en ik ben tot op heden nog niet helemaal ingestort. Het zit er wel behoorlijk aan te komen, maar dat mag ook wel nu (om 21:30 uur), aangezien ik op het moment van schrijven al 29,5 uur onafgebroken wakker ben.

In mijn allerlaatste alinea wil ik jullie nogmaals hartelijk bedanken voor alle tijd die jullie gestopt hebben in het lezen van (en reageren op) mijn weblog. Er zijn mij zelfs verhalen ter ore gekomen over mensen die elke morgen om kwart voor zeven achter de computer zaten om mijn nieuwe bericht te lezen (het ziet er dus naar uit dat ik niet de enige ben die ontwenningsverschijnselen gaat krijgen)! Misschien stond de computer om dat tijdstip toch al wel aan, maar daar gaat het niet eens om. Het is namelijk gewoon een erg gave ervaring als er mensen zijn die je verhalen – die je toch ook deels voor je eigen ‘archief’ plaatst – zo ontzettend graag lezen! Het is voor mij één van de zaken die de afgelopen maand tot een onvergetelijke ervaring hebben gemaakt, en tot eentje waar ik ongetwijfeld nog jaren en jaren met regelmaat aan zal terugdenken. Ik verwacht er dan ook nog steeds met veel plezier aan terug te denken tijdens mijn volgende reis naar de VS (datum en precieze locatie nog te bepalen)! Inderdaad, ik wil terug naar dat land; er valt nog zoveel meer te zien en te beleven in Amerika. En dat is nog een reden waarom dit bericht eigenlijk ‘Herwenningsverschijnselen’ had moeten heten…

Bedankt!

Een uurtje korter in LA

Monday, 10 March 2008

Een uurtje korter in de City of Angels, en dat alles vanwege de zomertijd die hier vandaag is ingegaan (2008 wordt het eerste jaar waarin ik tweemaal omschakel van winter- naar zomertijd).

Na het verzetten van de wekker en mijn horloge, ben ik rond half elf in de auto gestapt naar het Griffith Park. Eerste reisdoel was het Travel Town Museum; een gratis museum met een aantal oude locomotieven en wagons aan de noordrand van het park. Meer dan dat was het ook eigenlijk niet en hoewel het wel leuk was om er even rond te wandelen, was ik er na een minuut of twintig weer verdwenen.

Daarna via een omweg naar mijn volgende bestemming gereden; de route ging via Lake Hollywood Drive, die, zoals de naam al doet vermoeden, langs Lake Hollywood zou voeren. Het meer zelf bleek allesbehalve spannend te zijn, maar ik had vanaf de weg wel een mooi uitzicht op het Hollywoodbord.

Die volgende bestemming was het Griffith Observatory, een sterrenwacht aan de zuidkant van het park. Het hele parkeerterrein en de weg naar boven stond echter vol, dus iedereen parkeerde op nogal lompe wijze langs de doorgaande weg, wat overigens normaal schijnt te zijn daar… Het betekende wel een flink eind heuvelopwaarts wandelen, maar dat ging ondanks de blaar nog best goed.

Aangezien het binnen bij de tentoonstellingen absurd druk was ben ik eigenlijk alleen maar buiten geweest, om te genieten van het prachtige uitzicht over de stad.

Toen ik genoeg had van het uitzicht ben ik teruggelopen naar de auto. Helaas ging het heuvelafwaarts een stuk minder lekker met die blaar, maar ik ben er gekomen… Daarna ben ik teruggereden naar het motel, waar ik even op de kaart en in boekjes heb gekeken wat ik nu wilde doen. Het leek me nog wel aardig om even bij Beverly Hills te kijken, dus begaf ik me naar de freeway, die echter behoorlijk vaststond (op zondagmiddag dus). Na een paar mijl kwam er echter al een knooppunt, en daarna reed het aardig door. Helaas voor mij kwam er na een paar mijl nog een knooppunt, waarna het natuurlijk weer helemaal vaststond. Ik was het al snel zat en heb dus zomaar een afrit gepakt, en daar aan de hand van de kaart een alternatief plan bedacht. Dat plan (de Farmer’s Market) heb ik vervolgens weer afgeschoten toen het hele parkeerterrein daar en het gebied eromheen vol stond met auto’s, en daar had ik niet nog eens zin in…

Dus ben ik maar binnendoor (dat was volgens mij sneller!) teruggereden naar het motel, waarbij ik nog een stuk over de historische US-Route 66 ben gereden. Toen we eerder deze vakantie samen (op de derde dag) al over een stukje Route 66 waren gekomen (nabij wereldstad Amboy, California; volgens Wikipedia ooit een belangrijke plaats aan de Route 66, maar nu een bijna lege spookstad) konden we geen bordje vinden om te fotograferen, tot spijt van mijn vader. Nu ik wel een bordje tegenkwam, moest ik dus wel even stoppen om dat te fotograferen.

Vervolgens teruggereden naar het motel, waar ik even wat tv gekeken heb, wachtende op de tijd waarop ik op internet kon inchecken voor mijn vlucht morgenavond. Na dat gedaan te hebben (mooi, weer een stoel bij het raam, en waarschijnlijk een lege stoel naast me) weer naar het Griffith Observatory gereden. Ik wist dat ik de zonsondergang net zou missen (maar ik vond het inchecken belangrijker); dat was natuurlijk jammer, maar ik heb wel een uur lang van het uitzicht bij schemerlicht en bij donker genoten.

Bovenstaande foto is recht naar het zuiden genomen, vermoedelijk is de weg net rechts van het midden Normandie Ave. Op de foto hieronder kijk je naar het zuidoosten, richting Downtown.

Toen om acht uur de maag het won van de camera, ben ik teruggelopen naar de auto, die nog verder weg stond dan vanmiddag (wat verwacht je ook, in het donker bij een sterrenwacht, maar het was het waard). Ik hoopte onderweg een Drive Thru van een of andere fastfoodtent te vinden. Dat lukte, ik kwam namelijk een keten tegen met de naam die je serieus in het computerspel Grand Theft Auto zou verwachten, maar niet in het echte leven: ‘Fatburger’. Aldaar heb ik een menu besteld dat luistert naar de naam ‘Fat Deal’, waarbij ik voor wat betreft de patat de keuze had tussen ‘Fat Fries’ of ‘Skinny Fries’. Tsja…

Zodirect ga ik mijn koffers opnieuw organiseren en het gewicht een beetje proberen te verdelen, dus er staat me een heerlijke avond te wachten… Morgen ga ik in elk geval niets meer bezichtigen; waarschijnlijk rijd ik wel naar de kust, om daar gewoon nog even te luieren en afscheid te nemen van de Pacific Ocean. Mijn vlucht vertrekt ’s avonds om half zeven (dan is de zon gelukkig nog niet onder!), en is dinsdagmiddag rond 12:40 uur op Schiphol. Waarschijnlijk zal ik dinsdagavond dus mijn laatste post van dit blog plaatsen, maar bij een ernstige jetlag kan dat ook een dag vertraging oplopen. Ik ga in elk geval mijn best doen!

De baalblaar

Sunday, 9 March 2008

Vanochtend na een rustig ochtendritueel vanuit het motel naar de metro gelopen, hier vlakbij. Aan het begin van het ‘spannende deel’ van Hollywood Blvd ben ik weer uitgestapt (bij het station Hollywood/Vine), en vanaf daar gewoon wat rondgelopen. Er zijn daar zo’n 2000 stervormen in de stoep gelegd, met daarbij de namen van bekende mensen. In de Lonely Planet las ik de schatting dat je daar de helft ongetwijfeld niet van zou kennen; nou, de Lonely Planet heeft mij ernstig overschat. Ik kende er natuurlijk wel een aardig absoluut aantal, maar het was meer een tiende ofzo… Ik heb trouwens natuurlijk lang niet alle namen gelezen; ik wilde ook nog wat om me heen kijken!

Overigens ben ik blij dat ik niet in het echte hart van Hollywood Blvd pas ben uitgestapt, omdat daar echt de toeristenzooi zit. Het deel oostelijk daarvan, waar ik nu dus ook gelopen heb, is eigenlijk een beetje vergane glorie. Jammer misschien, maar ja, de meeste studio’s zijn nu eenmaal verplaatst, en je kunt geen enorm lange Boulevard helemaal vullen met toeristenwinkeltjes…

Verder richting het westen, ter hoogte van het toeristendeel, was er in het winkelcentrumpje daar speciaal een loopbrug aangelegd om toeristen het Hollywoodbord te laten fotograferen. Heel fout, maar wel handig…

Ja, ik heb ook een ingezoomde versie, maar ik vond de bende op de voorgrond juist wel mooi…

Na nog een klein stukje verder westwaarts gelopen te zijn, merkte ik dat ik het interessantste deel inmiddels wel had gehad. Bij de eerstvolgende bushalte ben ik dus op de bus gestapt naar een museum waar ik gisteren toevallig een foldertje van tegenkwam: het Petersen Automotive Museum. Dat bleek, met studentenpas, maar $5 te kosten, dus dat wilde ik wel proberen. Het bleek een goede keuze; er stonden veel mooie auto’s; zowel oud als nieuw, en zowel gewoon als fout.

En natuurlijk kan ik jullie één van de meest foute niet onthouden, een enorm verbouwde Volkswagen Jetta:

Bling bling!

Na het museum de bus genomen richting Rodeo Drive, de winkelstraat van de ‘rich & famous’. Eigenlijk was het een complete ‘waste of time’; dure winkels kom je immers wel vaker tegen, toch? En ach, er stonden wel een paar dure auto’s (onder meer een groene Ferrari?!), maar er stonden eigenlijk vele meer gewone auto’s dan ik verwacht had… Zoveel was er niet te zien dus.

Omdat ik was last van m’n voeten begon te krijgen (en Rodeo Dr dus wel gezien had), besloot ik maar naar de bus te gaan en in elk geval richting motel te gaan. In de bus bedacht ik me dat het me misschien wel aardig zou zijn om nog even naar Chinatown te gaan. Chinatown-LA zou namelijk het grootste Chinatown in Noord-Amerika zijn, dus dat wilde ik, na Chinatown in San Francisco, wel even meemaken.

Aangekomen in Chinatown leek het erop dat ze het predikaat ‘grootste Chinatown’ hebben gekregen vanwege de vier- en zesbaanswegen die er doorheen snijden, die de wijk natuurlijk vanzelf groter maken. Veel meer was er namelijk niet te beleven, het was bij lange na niet zo levendig als in San Francisco. Daarom, en omdat mijn voet nu wel begon te irriteren, teruggelopen naar de metro en direct doorgegaan naar mijn motel, waar ik rond kwart voor zes aankwam en waar ik zag dat mijn voet aan een blaar bleek te lijden. Balen! Hopelijk ben ik daar morgen vanaf…

Morgen staat het Griffith Park op de rol; vijf keer zo groot als Central Park in New York City, en volgens mij ook vijf keer zo onbekend. Het huisvest in elk geval de Los Angeles Zoo, het Griffith Observatory (een sterrenwacht), het Travel Town Museum en het Hollywoodbord. Morgen meer van mijn spannende verhalen!

Twee magische grenzen

Saturday, 8 March 2008

Vanochtend heb ik, bij gebrek aan internet (gelukkig deed ‘ie het gisteren nog wel), de televisie maar aangezet om het weerbericht te bekijken. Je zou haast zeggen dat weer in HD-kwaliteit beter is (maar hopelijk is dat toch niet zo, aangezien dit motel geen HDTV heeft). Om half elf, toen ik in de auto zat, was de eerste volgens de lokale weerman ‘magische grens’ bereikt: 70 graden F (21 graden C). Niet verkeerd!

De reis ging naar de Crystal Cathedral. Ik had geen idee of je ‘m wel kon bezoeken (dat had ik op willen zoeken op internet…), maar omdat de omweg niet zo groot was besloot ik er gewoon maar op de gok heen te rijden. Ik hoefde namelijk maar één snelweg verder noordwestwaarts af te slaan dan ik anders gedaan zou hebben, en “maar één snelweg verder” komt hier neer op een omweg van slechts een mijl of drie. Gelukkig was mijn omweg niet voor niets; de kerk was gewoon open, je kon ook binnen een kijkje nemen.

De Crystal Cathedral, gelegen in Garden Grove, ten zuidoosten van LA, is een enorme (Protestantse) kerk. Hij is opgericht door dominee Schuller, die het deprimerend vond dat er in gewone kerken zo weinig daglicht was. Hoewel het prachtige weer natuurlijk wel meehielp, was dat probleem in deze kerk zeker niet aan de orde.

Helaas was Schuller himself niet bepaald aanwezig, dus ik heb ‘m niet gevraagd of we er met het kamerkoor niet een keertje kunnen komen zingen…

Overigens ziet de buitenkant er natuurlijk ook niet verkeerd uit.

Helemaal rechts op de foto zie je een klein stukje van de toren die ook in de reflectie in de kerk te zien is.

Na dit bezoekje ben ik doorgereden over enkele van de vele freeways van Los Angeles, op weg naar het Union Station; omdat dat vlakbij een freeway ligt, leek het me handig om daar te parkeren en vanaf daar ook Downtown te gaan bekijken, omdat ik te vroeg was om bij mijn hotel in te checken. Onderweg naar Union Station werd de tweede magische grens bereikt: 80 graden F, oftewel zo’n 26 graden. Lang leve de airco, want in de file heb je ook niet zoveel koele rijwind om je oren… Maar buiten was het heerlijk!

Eenmaal geparkeerd bij Union Station ben ik eerst het station zelf gaan bekijken. Het is één van de grootste stations van de VS; niet qua aantal sporen (een stuk of 8), maar meer qua grandeur.

Daarna richting Downtown gelopen. Hoewel LA niet echt een centrum heeft, is dit toch het gebied wat daar het dichtste in de buurt komt. Als je de skyline van LA bekijkt, is dit het gebied waar al die hoge kantoorflats staan. Ook vind je er bijvoorbeeld een federale rechtbank en één van LA County.

De rondwandeling werd weer afgesloten in de buurt van Union Station, namelijk op het El Pueblo de Los Angeles, een plein net ten westen van het station. Er stonden allemaal kraampjes met ‘souvenirs’, het geheel deed me een beetje denken aan dergelijke pleinen in Praag. Daar ben ik dus vrij snel doorheen gelopen, waardoor ik uitkwam bij het postkantoor.

Het postkantoor op het Neude is ook niet verkeerd hoor, maar deze wint het toch…

Vervolgens doorgereden over de freeway naar het Travelodge-motel, waar het internet kennelijk gewoon werkt, gelukkig. Morgen en overmorgen kan ik jullie dus weer op de hoogte houden van mijn laatste avonturen in de States. Tot dan!

Geen bordje!!!!

Friday, 7 March 2008

Zoals jullie weten, stond vandaag het zuidelijke einde van de California 1 op het programma. Bij vertrek uit het motel dus zuidwaarts gereden, via Laguna Beach (waarvan ik het centrum niet kon vinden) naar Dana Point, waar de Ca-1 eindigt ter hoogte van de I-5. Ter hoogte van dat punt was de Ca-1 een soort snelweg, waar ik dus sowieso niet had kunnen stoppen, maar er stond niet eens een bordje wat ik had kunnen fotograferen! Gelukkig heb ik vorige week bij het noordelijke einde van de weg het bordje wel kunnen vastleggen…

Na deze teleurstelling ben ik een klein stukje teruggereden naar Dana Point, alwaar ik even aan de kust ben wezen kijken. Of beter gezegd, bij de haven, want daar kwam ik terecht.

Vervolgens via de snelweg teruggereden naar Newport Beach, waar ik het winkelcentrum (waar ik toch langs kwam) even ging verkennen, om te zien of er nog interessante winkels waren. Waarom heten al die winkelcentra toch Fashion Nogwat? In Las Vegas kwamen we al de Fashion Show Mall tegen, hier heette het gebeuren Fashion Island. Maar al waren er lang niet alleen modezaken, interessante winkels waren er niet te vinden, dus ik was er snel weer weg. Nu reed ik naar het Balboa Island, een klein eiland in het water tussen het oostelijke deel van het Balboa Peninsula en het vasteland. Het eiland heeft één hoofdstraatje met winkels en restaurantjes, en voor de rest staan er alleen maar (erg) leuke huizen (dus ongetwijfeld verschrikkelijk duur).

Vervolgens ben ik gereden naar het Lido Isle, een eiland ten westen van het Balboa Island (wat is het verschil tussen isle en island?). Dat was eigenlijk een stuk minder spannend, dus ben ik er snel weer vandoor gegaan.

Hierna was ik van plan om in de zon op het strand te gaan luieren. Het was echter bewolkt geworden, en op het strand was het gewoon wandelend eigenlijk al wat fris, door het briesje van zee en het gebrek aan zon. Heb geen medelijden met me hoor, van het strand weg was er geen briesje meer en dus heerlijk, maar luieren op het strand ging even niet door. Dus reed ik naar het meest oostelijke puntje (The Wedge) van het schiereiland, om daar bij de pier een kijkje te nemen:

Daarna teruggereden naar het hotel, en even bekeken waar ik een hapje wilde gaan eten. Zo kwam ik terecht bij BJ’s Restaurant, vlakbij de Balboa Pier (waarop ik gisteravond nog had gegeten). Hier heb ik, volgens mijn bonnetje bediend door Joshua P. (fijn), een heerlijke Barbecue Chicken Pizza gegeten, met een Harvest Hefeweizen erbij. Lekker hoor! Inmiddels zit ik in het hotel lekker aan de koffie, want dat kon ik wel gebruiken en de schoonmaakster had zowaar drie zakjes achtergelaten (ze moesten zeker op). Die krijgt een fooi…

Morgen verlaat ik Newport Beach weer, onderweg naar mijn motel in Los Angeles. Wat ik ga bezoeken heb ik nog niet definitief besloten, maar het wordt of Downtown en Union Station, of het wordt Griffith Park. We zien wel!

P.S.: Zoals jullie zien had ik vandaag wat weinig foto’s om te plaatsen. Aangezien ik vanochtend (bij jullie gisteravond) mijn moeder aan de telefoon had en die vond dat ik een foto van mezelf moest plaatsen (moeders…), is er hier eentje uit het archief:

De foto is genomen zaterdag 1 maart (zie weblogverhaal “17 mijl plus 2 mijl” van zondag 2 maart). Het was op de 17 Mile Drive in de buurt van Monterey, bij het punt Restless Sea. Ja, ik ben er dus echt geweest, dit is het bewijs! Hoewel, is het wel de 17 Mile Drive en niet gewoon ergens in Zeeland…? Jullie zullen het nooit weten…… Tot morgen!

Contrasten

Thursday, 6 March 2008

Na mijn gebruikelijke ochtendritueel ben ik vanochtend even na 10 uur in de auto gestapt, oostwaarts over de US-101 richting Oxnard. Van die plaats hebben jullie ongetwijfeld nog nooit gehoord, en dat is ook nergens voor nodig; het enige spannende aan die plaats is dat de California Hiway 1 zich weer splitst van de US-101. Op die weg weer genoten van de prachtige kustlijn, waar de weg – zoals het hoort – weer vlak langs slingerde.

Na een kleine anderhalf uur rijden kwam ik aan in Malibu, wat – in tegenstelling tot Santa Barbara – echt volledig in overeenstemming is met alle clichés: alleen maar villa’s op de heuvels, met een ongetwijfeld prachtig uitzicht over de oceaan. Tuurlijk, die had je bij Santa Barbara ook wel (getuige ook de foto die ik gisteren plaatste), maar in de wijken rondom het centrum stonden gewoon normale huizen. In Malibu waren geen normale huizen te bekennen, maar zoals gezegd …

… wel een prachtig uitzicht.

Vervolgens verder gereden richting Los Angeles. In Santa Monica buigt de weg zich, via een heel klein stukje I-10, weg van de kust. Jammer van het uitzicht over de oceaan, maar het bracht wel een prachtig contrast aan het licht. Niet dat ik door een arme buurt reed, maar het was eigenlijk typisch LA: een bende van winkeltjes – bekende ketens en onbekende zaakjes – met allemaal neonachtige borden langs de weg, in alle denkbare kleuren. Nogmaals, geen arme buurt, maar eigenlijk gewoon een rommeltje.

Een paar mijl en tientallen stoplichten verder reed ik langs het Quality Inn in Hermosa Beach, waar we de eerste nacht geslapen hebben. Omdat ik wist dat dat vlakbij de kust lag en het lunchtijd was (1 uur), ben ik zomaar rechtsaf geslagen en naar de kust gereden. Daar stonden allemaal parkeermeters (shit!), maar ik wist precies te parkeren bij een automaat met nog 25 minuten op de teller (nice!). Een paar stuivers erbij gegooid en vervolgens, met een boterhammetje met kaas, een halfuur lekker op het strand geluierd. Van al die stoplichten word je namelijk erg moe, dus die pauze had ik even nodig…

Om half twee weer doorgereden, en weer tientallen stoplichten getrotseerd. Na een uurtje rijden was ik er bijna (nog een mijl of 12), maar omdat de weg hier weer vlakbij het strand liep en ik de tweede lading stoplichten ook wel zat was, heb ik in het rijke Sunset Beach (weer een mooi contrast) nog even een kwartiertje op het strand geluierd. Vervolgens doorgereden naar het motel, de Newport Channel Inn in Newport Beach, en ingecheckt op mijn kamer. Daar hebben ze zowaar net HDTV’s neergezet; helaas is het bij mij favoriete CNN niet in HD-kwaliteit te ontvangen, maar het is toch zeker niet vervelend tv kijken…

Daarna ben ik het Balboa Peninsula (=Schiereiland) gaan verkennen, te beginnen bij de oostelijke pier, de Balboa Pier. Daar reed ik het parkeerterrein op, waar ook weer allemaal parkeermeters stonden. Daar had ik geen zin in, dus was ik verder gereden. Eén blok verder stonden er echter geen parkeermeters meer en was er ook geen parkeerverbod, dus als echte Hollander daar geparkeerd en teruggelopen naar de pier.

Aan het uiteinde van de pier vond ik Ruby’s Diner, dus besloot ik later op de dag op deze pier naar de zonsondergang te gaan kijken en direct daarna te eten bij Ruby’s. Vervolgens heb ik een rondje gelopen door de Balboa Fun Zone, een gebied met wat kermisattracties (reuzenrad, arcade), hoewel het niet echt op een kermis lijkt. Hierna teruggereden naar de meest westelijke pier, de Newport Pier, waarvan ik het bestaan pas had ontdekt toen ik op de Balboa Pier op de kaart keek.

Bij het uiteinde van de Newport Pier zaten ook nog wat eettentjes, maar ik vond niets beters dan Ruby’s. Dus ben ik daarna teruggereden naar de Balboa Pier, waar ik heb genoten van de zonsondergang:

en vervolgens van een Hickory Burger bij Ruby’s Diner.

Morgen staat het zuidelijke eindpunt van de California State Route 1 op het programma, waarmee ik mijn missie zal voltooien. Zoals jullie merken heb ik ook echt (werkend) internet in het hotel, dus jullie horen morgen meer!

Dagje Santa Barbara

Wednesday, 5 March 2008

Heerlijk, vanochtend hoefde ik mijn koffer niet in te pakken! Het was een dagje helemaal gereserveerd voor Santa Barbara, waar het weerbericht voor vandaag luidde: 19 graden Celsius en onbewolkt.

Na de dag lekker rustig te zijn begonnen, ben ik even na 10 uur in de auto gestapt en naar het visitor center gereden. Daar een foldertje opgehaald over de Red Tile Tour, een uitgezette wandeling door het centrum, gelegen rondom State Street. Daarna teruggereden naar het motel, de auto geparkeerd en naar het centrum gewandeld.

De tour leidde me langs een aantal mooie plekken van Santa Barbara, hoewel het meer een tour *langs* de gebouwen was, dan een tour *door* de gebouwen. Nu vond ik het, wandelend in de zon, niet erg om buiten te wandelen, maar een kijkje binnen was af en toe wel leuk geweest. Positieve uitzondering was het gerechtsgebouw, het Superior Court of California, ‘vestiging’ Santa Barbara County. Het gebouw, publiekelijk toegankelijk maar ook nog gebruikt voor rechtszaken, is zowel van buiten als van binnen niet bepaald lelijk te noemen:

Ik weet niet of het ergens op slaat, maar het lijkt me extra cru om in zo’n mooi gebouw de doodstraf opgelegd te krijgen…

Omdat ik de toren van het gerechtsgebouw niet kon beklimmen, beklom ik maar de parkeergarage aan de overkant van de straat. Niet erg gezellig, maar het gaf wel een erg mooi uitzicht. Onderstaande foto (in het midden zie je de toren van het gerechtsgebouw) beantwoordt direct al jullie brandende vragen waarom de tour ‘Red Tile Tour’ is gedoopt.

De eensgezindheid in dakpanteint is overigens te ‘danken’ aan een aardbeving in 1925, die de stad grotendeels verwoestte. Het stadsbestuur heeft de herbouw van de stad daarna zo gepland dat alle gebouwen qua architectuur bij elkaar lijken te horen.

Aan het einde van de tour aangekomen ben ik teruggewandeld over State Street, met een kleine omleiding door een ‘winkelcentrumpje’, Paseo Nuevo, waar ik een vestiging van Ben & Jerry’s tegen het lijf liep. Laat ik zeggen dat mijn plan om naar het motel terug te gaan om te lunchen niet meer nodig was… Dus liep ik direct door naar de Stearns Wharf, de kade aan het zuidoostelijke einde van State Street. Deze was wat minder extreem commercieel dan de beide Fisherman’s Wharfs die ik eerder heb bezocht in San Francisco en Monterey, maar nog steeds konden enkele eettentjes en souvenirzaakjes natuurlijk niet ontbreken. Vanaf daar van zowel een prachtig uitzicht naar rechts (de haven ten zuidwesten van de kade) …

… als naar links (de heuvels ten noorden van SB) genoten.

Na dit bezoekje ben ik wel teruggegaan naar het motel, alwaar ik de auto heb gepakt naar de Santa Barbara Mission. Daar heb ik een ‘self-guided tour’ gedaan door de missiepost; door het hoofdgebouw, de tuin en de kerk. Het is een erg indrukwekkend gebouw, opgericht in 1786 door Spaanse Franciscanen (ja, die heb je kennelijk ook).

Na de missiepost ben ik met de auto teruggegaan naar het hotel, waar ik om een uur of vijf de televisie heb aangezet, benieuwd naar de uitslagen van de vier presidential primaries (en de caucus) van vandaag. De tv is sindsdien niet meer uitgeweest (een erg spannende race in vooral Texas). De pizza die ik dus maar heb laten bezorgen (dat moet je ook eens gedaan hebben als je in een Amerikaans motel zit) smaakte in elk geval erg goed…

Morgen op weg naar mijn motel ten zuiden van LA; in Newport Beach om precies te zijn. Dat wordt mijn basis van waaruit ik donderdag het zuidelijke uiteinde van Hwy 1 hoop te bereiken om mijn ‘missie’ daarmee te voltooien. Het hotel in Newport Beach heb ik vanmiddag geboekt, zowaar via de telefoon, en heeft volgens zowel de website als de telefonist draadloos internet. Ook het hotel in LA, dat ik inmiddels geboekt heb, heeft volgens de website draadloos internet. Als het goed is kan ik jullie dus tot het einde van mijn vakantie, zonder onderbreking, dagelijks op de hoogte houden. En als het goed is kan ik dan natuurlijk ook dagelijks jullie reacties lezen; het blijft heel erg leuk om die hier, negen tijdszones verderop, zo regelmatig te mogen ontvangen!!

Nog steeds ‘ohh’ en ‘aah’!

Tuesday, 4 March 2008

Zoals jullie ongetwijfeld gemerkt hebben, heb ik gisteren niet van me laten horen. Wederom heb ik mijn uiterste best gedaan, maar geen internet kunnen vinden. Een tip: als je Wi-Fi nodig hebt, slaap niet in Motel 6! Gisteren was dan ook vermoedelijk mijn laatste nacht ooit in een Motel 6…

Hieronder in de gebruikelijke volgorde mijn twee belevenissen: eerst lees je over gisteren (zondag) en daaronder over vandaag (maandag).

Zondag

Vandaag was weer een hele dag rijden langs de Ca-1 als echte kustweg. Oké, ik heb wel wát snelweg gehad, maar dat was direct na vertrek uit Monterey en was hooguit een mijl of 2. Mooi zo!

Daarna liep de weg dus weer echt langs de kust. Daar werd vaak duidelijk dat ‘blasé’ hier nog niet echt van toepassing is op mij; als de weg even van de kust weg was gedraaid en even later weer terugkwam, dacht ik elke keer – zonder uitzondering – “wow!”. Maar ja, als jij na een bocht omgegaan te zijn dit zou zien:

Zou je dat ook niet denken dan?

Op het grootste deel van de rit was zeer regelmatig een parkeerhaventje beschikbaar. Dat is overigens het heerlijke aan het zuidwaarts rijden van deze weg; de parkeerplaatsen zijn aan de westkant van de weg en dus aan de kant van de kust. Ik denk dat ik het eerste uur nooit langer dan 10 minuten aan één stuk in de auto heb gezeten; vaak kwam ik kort na vertrek van een parkeerhaven alweer een prachtig uitzicht tegen.

Een wat langere stop maakte ik in het Pfeiffer Big Sur State Park. Volgens de Lonely Planet was hier een rondwandeling van 1,4 mijl richting een waterval, en dat stond mij wel aan. De kaart die ik bij de ingang van het park kreeg liet daarnaast ook nog een pad zien van 0,3 mijl (‘enkele reis’) naar een uitzichtspunt over de vallei. Een prachtig park! Wel jammer dat ik er op zondag was, want het was redelijk druk. Dat maakte het niet al te vruchtbaar dat ik erg stilletjes probeerde te lopen, om beesten niet weg te jagen. Ik heb één keer een eekhoorn mogen aanschouwen, maar die was zo beweeglijk dat ik er geen haarscherpe foto van heb kunnen maken. Wie wel stil bleef zitten:

Daarna door naar de watervallen. Die waren wel mooi, maar na die in Yosemite NP gezien te hebben, bleef het ook eigenlijk bij ‘wel mooi’ (hmm, nu wel blasé dus). Wel prachtig was het uitzicht over de vallei een stuk verderop.

Vervolgens doorgereden naar het volgende park, namelijk het Julia Pfeiffer Burns State Park. Wat die Pfeiffer hier voor vinger in de pap heeft gehad weet ik niet, maar dit is toch echt een ander park dan het vorige. Het ‘main event’ hier is de McWay Falls, de enige waterval in Californië die zich rechtstreeks in de oceaan stort. Nou ja, op het strand van de oceaan dan… De Lonely Planet daagt haar lezers uit minder dan een dozijn foto’s te nemen; toen ik daar stond was ik die uitdaging vergeten, maar ik heb er precies 11 foto’s gemaakt. Die zit!

Toen restte mij alleen nog het stuk naar het motel in San Simeon. Na daar ingecheckt te hebben ben ik nog even naar Cambria – een paar mijl verderop – gereden, om te tanken en even door de ‘hoofdstraat’ te wandelen. Die bleek niet zo spannend, maar de tank was in elk geval weer gevuld…

Maandag

Vandaag begon ik met de verkeerde kant op te rijden. Zoals een vriend van mij zegt: “je kunt met mij alle kanten op, behalve de goede”. Juist. Maar iets ten noorden van mijn motel lag het Hearst San Simeon State Historic Monument, oftewel het Hearst Castle. Een bizar groot kasteel, met nogal wat Europese trekjes. Het kasteel zelf, waarvan de bouw begon in 1919, is zo’n 5600 vierkante meter groot, en dan zijn er nog drie gastverblijven van 550, 250 en 200 vierkante meter. En, om het nog beter te maken, het hele complex is gelegen op een heuvel met prachtig uitzicht over de oceaan.

De aankomst vindt plaats beneden aan de heuvel in het Visitor Center. Dat lijkt wel wat op een groot station, met een lading wc’s, een broodjeszaak, een koffiekraam en een enorme souvenirwinkel. Ook zijn er 9 kassa’s en vertrekken de bussen van een heus platform met 3 ‘gates’. Elke rondleiding begint namelijk met een busrit van 10 minuten die je over een weg van 5 mijl naar het kasteel brengt.

Ik kwam binnen even na tien over tien, geen idee hebbende hoe laat de rondleidingen zouden beginnen. Ze blijken elk uur om .20 te zijn, dus ik had weer extreme mazzel. Na de busrit begon de echte rondleiding bij het buitenzwembad.

De Europese trekjes worden al duidelijk… Daarna werden we rondgeleid langs enkele van de gastenverblijven, en door één van de drie. Daarna gingen we het verblijf van Hearst zelf in – Casa Grande – waar we rondgeleid werden door onder andere de enorme zitkamer (waar één van de kleinere gastverblijven in zijn geheel in schijnt te passen), de eetkamer (zie foto), …

…, de biljartkamer en de bioscoop van Hearst. De rondleiding eindigde bij het grandioze binnenzwembad, dat overigens gevestigd was onder de tennisbanen.

Al met al een aardig optrekje, toch?

Na beneden te zijn aangekomen twijfelde ik nog of ik de film moest gaan bekijken waar je met je kaartje gratis naar binnen mocht. Deze zou echter veertig minuten duren, het was inmiddels al kwart over twaalf en ik moest nog 155 mijl (250 km) rijden, waarbij ik me niet wilde haasten en wat ik ook nog in het daglicht wilde doen. Dus ben ik maar vertrokken.

Eerste tussenstop was Morro Bay. Bij dat plaatsje staat Morro Rock, een enorme rots een klein stukje in de baai. Een raar ding om zo te zien, en leuk om even gestopt te hebben, maar je kon er verder eigenlijk niets. Wat al die auto’s er dus deden weet ik ook niet precies, hoewel het op zich wel een mooie en rustige plek was om te zwemmen.

Vervolgens doorgereden over de Ca-1, waarbij ik veel snelweg heb gehad, en dus weinig heb kunnen stoppen. Bovendien liep de weg voor een deel door het binnenland in plaats van langs de kust. Dat hielp me overigens wel om op een redelijke tijd in Santa Barbara aan te komen, waar ik om kwart over vijf bij het motel incheckte. Een mooie tijd om nog even rustig in gidsen en op internet uit te kunnen zoeken waar ik zou moeten eten. Dat werd ietsjes duurder dan de afgelopen dagen (hoewel dat steeds wel heel goedkoop was), maar wel heerlijk; bij het restaurant Opal heb ik een Tiger Prawn Pizza verorberd (zo lang aan de kust en nog niets uit de zee gegeten, dat vond ik niet kunnen).

Morgen hoef ik niet te verkassen, ’s avonds slaap ik ook weer in dit motel in Santa Barbara (internet gegarandeerd dus). Ik ga hier overdag in elk geval het centrum van SB verkennen; ook hier is een wandeling uitgezet langs een aantal historische gebouwen, dus dat is in elk geval lekker makkelijk. Morgen meer!

17 mijl plus 2 mijl

Sunday, 2 March 2008

Gezien de blauwe hemel die zich vanochtend boven mij had uitgestrekt, besloot ik de dag te beginnen met de 17 Mile Drive, en het lopen van het Path of History uit te stellen tot vanmiddag. Mocht het weer dan omslaan, dan had ik de kustweg in elk geval met mooi weer gedaan. Gelukkig zou het de hele dag heerlijk weer blijven; nou ja, met 12 graden en een kustwindje wel behoorlijk fris, maar in elk geval veel zon.

De 17 Mile Drive was de $ 9,25 entree (of ‘tol’, zo u wilt) meer dan waard. Hieronder zie je een foto van de ‘Spanish Bay’, door de Spanjaarden vroeger vaak per abuis aangezien voor de Monterey Bay (vanwege de grote rots net rechts van het midden in de foto), waardoor er hier in het verleden nogal wat schepen gestrand zijn. Zouden ze nou geen kaart hebben kunnen lezen of waren ze gewoon dronken? De Monterey Bay is toch een keer of 100 zo groot als deze Spanish Minibay…

De rotsen op bovenstaande foto, waar ik het al over had, vormen het ‘Point Joe’. Op de foto hieronder zie daar ook een gedeelte van, met daarachter het toepasselijk genoemde ‘Restless Sea’. Op dat punt zie je de golven duidelijk al verder uit de kust breken dan normaal gesproken. De verklaring hiervoor is even logisch als simpel, op dat rusteloze punt bevinden zich namelijk rotsen vlak onder het wateroppervlak.

Daar rondlopende kwam ik twee mensen tegen die ik afgelopen dinsdag ook al was tegengekomen in mijn hotel (met piano) in Bodega Bay. Bij het ontbijt had ik daar even zitten kletsen met een vrouw uit Canada, over hun en mijn vakantieplannen aan de kust. Ook zij verkenden Highway 1; alleen vliegen zij overmorgen al weer terug naar huis (die kom ik dus sowieso niet meer tegen; deze vakantie althans niet). Leuk toeval!

Even verderop stond de ‘Lone Cypress’. Toen ik even daarvoor in het foldertje erover las, dacht ik ‘wat een onzin, een boom die in z’n eentje staat is toch niet zo bijzonder?’. Maar hij staat er wel heel erg prachtig in z’n eentje te staan:

Overigens is het een bijzondere rit, die 17 Mile Drive. Ik heb een aantal van de mooie kanten laten zien, maar je rijdt niet alleen langs de mooie kust, je rijdt ook deels door bos (ook mooi!), midden door en langs enkele golf courses, en vooral ook langs dure villa’s. Het lijkt me helemaal niets om daar te wonen (1e, 2e, 3e, 4e of 5e huis), tussen al die toeristen die met 10 mijl per uur over die route rijden! Maar ja, ook dat is Amerika, net als we op onze eerste hele dag naast een bijna lege snelweg iemand zagen rijden over een ‘tol-rijstrook’, gewoon om te laten zien dat hij dat wél kan betalen en jij kennelijk niet.

Vervolgens weer naar het motel gereden, daar even een paar boterhammetjes weggewerkt en vervolgens begonnen aan de Path of History. Zoals gezegd, het is een 2 mijl lang pad dat je langs enkele mooie, oude (19e eeuwse) gebouwen voert. Eentje waarvan ik niet weet of ‘ie uit de 19e eeuw komt, maar die wel mooi is, is het Victoriaanse ‘Perry House’:

Een beetje San Francisco-stijl (inderdaad, daar staan ook veel Victoriaanse huizen).

Ook mooi is de O’Donnell Library. Nu een bibliotheek dus, maar hiervoor een Protestantse kerk; de eerste gebouwd in Monterey (gebouwd in 1876).

Na deze mooie wandeling kwam ik rond een uur of 5 weer aan in het motel. Een verrotte tijd, want je gaat niet meer echt iets ondernemen voor je gaat eten. Dus heb ik naar de standaarduitvlucht gegrepen: de televisie. Hoewel die deze tijd een stuk leuker is dan ik nu doe vermoeden; vooral de coverage van CNN en enkele andere zenders over ‘Crucial Tuesday’ (a.s. dinsdag voorverkiezingen in vier staten) is erg interessant. Die staat nu weer op de achtergrond aan (Mike Huckabee die aan het zeuren is; je hebt gewoon verloren man!). Ook de reclames zijn bijzonder; bij alle geneesmiddelen leggen ze heel rustig uit dat je eerst je dokter eerst moet consulteren en dat je hem moet waarschuwen als je ineens last krijgt van 4 uur lange erecties (alsof je dat zelf niet verzint), maar op ‘tell sell’ geven ze niet meer informatie dan dat iets ‘6 betalingen van $ 49,99’ kost. Nu snappen de meesten vast wel dat het je dan dus $ 300 kost, maar toch strookt het niet echt lekker met elkaar.

Voor het eten vandaag had ik geen zin om met de auto te gaan, zoals ik gisteren wel moest. Aangezien er niets leuks in de buurt was, besloot ik maar voor wat onbekend fastfood te gaan. Op loopafstand had ik een ‘Jack in the Box’ en een ‘Denny’s’; omdat de laatste adverteert met de leus ‘Real breakfast 24/7’ was ik benieuwd en ben ik daarheen gegaan. Het bleek geen standaard fastfoodtent te zijn, maar een beetje een Amerikaanse burgertent (wel met een wat neutraler uiterlijk), maar dan dus als keten. Prima te eten, voor $ 10,21 was ik klaar, werd ik bediend met een gratis refill koffie, en kreeg ik een fatsoenlijke burger met lekkere French fries in plaats van zo’n slap broodje met dito frieten. Hier kom ik nog eens terug!

Morgen zak ik de kust verder af richting mijn motel in San Simeon. Of ik daar internet heb weet ik niet, het is dezelfde keten als waar ik afgelopen woensdag geen internet had. Maar het is óók weer dezelfde keten als waar ik zo’n twee weken terug wel gewoon internet had… We zien wel dus!

Surfplank + dakraam = Santa Cruz

Saturday, 1 March 2008

Het begin van de route van vandaag was voor mij al bekend terrein, omdat ik er gistermiddag, als terugweg na mijn uitstapje over de California State Route 35, al had gereden. Dat was weliswaar de andere kant op, maar alle mooie uitzichten had ik dus al gezien. Bovendien was dat met een mooie blauwe lucht; nu hing er weer een pak Californische kustmist. Uiteindelijk kwam het er dus op neer dat ik in één ruk ben doorgereden naar Santa Cruz.

In de Lonely Planet stond een nogal vage beschrijving van hoe je bij een winkelcentrum kon komen, waar je gratis kon parkeren, vlakbij het centrum. Bovendien was die beschrijving gericht op reizigers die uit het noorden of oosten kwamen, en ik moest natuurlijk weer uit het westen komen. Na het bordje “Downtown next 3 rights” ben ik maar bij de tweede straat naar rechts gegaan, en reed ik zo tegen een winkelcentrum aan, met gratis parkeren. Gelukje! En de lucht was ook nog eens blauw geworden!

Vervolgens ben ik op en rond Pacific Avenue – het downtown van Santa Cruz – wat rond gaan banjeren. Eigenlijk is het een rare stad, Pacific Ave is helemaal geen mooie straat ofzo, maar er hing wel een lekker sfeertje. Ik ben dus maar een koffie wezen halen bij Bad Ass Coffee (?!) en heb die lekker langzaam op het terras, heerlijk in de zon, opgedronken.

Na Pacific Ave ben ik richting de Municipal Wharf gelopen. De wharf zelf was niet spannend (typische overdreven toeristenkitschwinkeltjes en veel te dure eettentjes), maar het uitzicht was allesbehalve vervelend te noemen. Aan de oostkant keek je bijvoorbeeld richting de Beach Boardwalk, een grote kermis op het strand, die vandaag helaas dicht was:

Hierna ben ik nog even langs de Beach Boardwalk gelopen, om zomaar even te kijken, maar helaas mocht je er niet in. Vervolgens op Pacific Avenue nog een broodje gehaald, met een kleine frisdrank: 21 fl oz (0,62 l) voor $ 1,39, uiteraard met gratis refill. Waarom je ook een flesje van slechts 16,9 fl oz (0,5 l) kon kopen voor $ 1,79, zonder refill, is me niet helemaal duidelijk…

Na dit broodje (nou ja, ‘broodje’; het was een footlong, dus 30 cm) weggewerkt te hebben, ben ik teruggelopen naar de auto, om richting het Natural Bridges State Park te rijden, waar de natuurlijke brug helaas was ingestort, maar waar nog steeds een mooi uitzicht te zien zou zijn. Onderweg had ik al mooi uitzicht op een typisch Santa Cruz-tafereel: een oude BMW met een surfplank door het dakraam:

Is er nog een surffan met interesse voor een Opel Astra uit 1993? Slechts € 2500, maar dan heb je er wel een dakraam bij om je surfplank door te vervoeren. Ik hoor het wel! (Volgens mij krijg je in Nederland direct een boete als je zo rondrijdt)

Aangekomen bij Natural Bridges bleek het inderdaad een mooi tafereel:

Gelukkig hoefde ik hier geen $ 6 parkeerkosten neer te tellen om slechts 5 minuutjes rond te kijken. Er was namelijk een speciaal ‘maximaal 20 minuten’-parkeerterrein aangelegd. Heerlijk.

Vervolgens ging ik langzaamaan onderweg naar Monterey, wel nog over de West Cliff Drive in Santa Cruz, waar ik nog een keertje gestopt ben om van het uitzicht te genieten:

Niet verkeerd! Hierna ben ik in één keer doorgereden naar het motel in Monterey, aangezien de Ca-1 hier grotendeels snelweg was en het dus niet zo spannend was (of eigenlijk gewoon onmogelijk) om te stoppen. Na het inchecken nog een klein rondje richting centrum gelopen, en op internet gezocht voor een leuke eettent. Die vond ik: Hula’s Island Grill, aan de Lighthouse Ave in de wijk New Monterey. Een Hawaïaanse tent, waar ik een Duke’s Luau Pork Plate – met ananas – heb mogen eten. Erg lekker!

Morgen ga ik het centrum van (Old) Monterey verder verkennen, onder andere door de 2 mijl lange Path of History te wandelen, een ‘self-guided tour’ langs een aantal gebouwen uit de 19e eeuw. Ook staat de enige privétolweg ten westen van de Mississippi (zijn ze daar trots op ofzo?) op het programma: de 17 Mile Drive, die langs een adembenemend deel van de kust schijnt te voeren. ’s Avonds land ik weer aan in ditzelfde motel, dus een internetverbinding is gegarandeerd!

Driving down the 101

Friday, 29 February 2008

Helaas heeft mijn motel van gisteren ernstig gelogen over het aanwezig zijn van een internetverbinding. Wat ik ook probeerde, ik kon het wereldwijde internetweb met geen mogelijkheid opkomen. Mea culpa! Vandaag dus een dubbele portie, ik begin met het verhaal van gisteren (woendag) en daaronder lees je dan het verhaal van vandaag (donderdag).

Woensdag

Inderdaad, vandaag stond er qua wegen meer op het programma dan alleen de California State Route 1. Daar heb ik namelijk vandaag het noordelijke eind van bereikt, en daarna ging ik over de US Route 101 weer een stuk zuidwaarts (‘down’ dus…!).

De dag begon zoals gebruikelijk rond een uur of 10. Qua rijden dan, de wekker stond om 8 uur, en daarna is het devies: lekker rustig douchen, ontbijten et cetera. Als eerste ben ik gestopt bij een autowashok, waar je zelf je auto kon wassen (met zo’n spuit) voor $ 1,50. Hoewel het me niet zo veel uitmaakt of ik in een vieze auto rijd, was ’ie nu wel héél vies, en voor slechts $ 1,50 een schone auto zag ik wel zitten…

Daarna met mijn glimmende bolide onder een bijna geheel blauwe lucht mijn tocht noordwaarts over de Ca-1 vervolgd. Er waren niet zo veel ‘attracties’ (parken en dergelijke) meer te vinden langs het noordelijke stuk; alleen één State Park waarvoor je weer $ 6 parkeerkosten moest betalen zonder dat je precies wist wat er achter was. Daar had ik dus geen zin in.

Al snel werd de blauwe lucht omgeruild voor een beroemd Noord-Californisch wolken-/mistdek (‘mistdek’, nieuw woord?). Gelukkig was de weg zelf niet in de wolken, dus ik had nog altijd een duidelijk uitzicht op mijn medeweggebruikers, maar vooral ook mooi uitzicht op de wolken richting zee:

Achter de wolken zit dus nog land! Maar de wolken versperden ook dichterbij het zicht op land:

Nee, je ziet inderdaad niet heel veel op die foto, dat is dus het idee…

Even daarna – naar mijn zin al veel te snel – boog de weg van de kust af om richting het dorpje Leggett en de weg US-101 te gaan. Door een prachtig bos, maar helaas geen parkeergelegenheid om foto’s te kunnen maken (stoppen op de ‘passeerstroken’ is streng verboden en er schijnen nogal hoge boetes op te staan; ondanks de zeer geringe pakkans toch een te groot risico voor een arme student).

En toen kwam het onvermijdelijke: het einde van de Ca-1:

Gelukkig is dit niet de laatste keer dat ik een dergelijk bord op de foto zet. Morgen begin ik immers aan mijn tocht over het zuidelijke deel van deze weg (onder San Francisco), en hoop ik één à anderhalve week later ook bij het zuidelijke eindpunt van de Ca-1 (nabij Dana Point) een parkeerplekje te kunnen vinden om het bord ook daar te vereeuwigen. Onzin natuurlijk, maar goed…

De rest van de dag heb ik besteed aan het ‘driven down the 101’, tot mijn motel in Rohnert Park. Ook best een aardige weg om te rijden, maar hoewel het lang niet overal een snelweg is, heeft de weg toch echt een doorgaand karakter en heb je niet zo vaak een prachtig uitzicht op een moment dat je ook nog kunt stoppen om een foto te maken. Mijn laatste foto vandaag heb ik dus ook genomen rond het middaguur, bij het einde van de Ca-1.

Morgen drive ik verder down the 101. Enkele mijlen boven de Golden Gate komt die weer samen met de Ca-1 (waar ik dus afgelopen maandag in de andere richting de afslag heb genomen) en net ten zuiden van de Golden Gate buigt de Ca-1, en ik dus ook, weer af naar het zuiden. Over mijn rit naar Half Moon Bay kunnen jullie hieronder natuurlijk al verder lezen…

Donderdag

Vanochtend zoals gebruikelijk om 8 uur opgestaan, maar kennelijk mijn ochtendritueel sneller afgewerkt, want om kwart voor 10 zat de tank van de auto alweer vol en reed ik alweer op de US-101 zuidwaarts. Ondanks dat de reis naar San Francisco niet geheel fileloos verliep, reed ik na ruim een uur aan de zuidkant van de stad de snelweg al weer op. Gelukkig zou die snelweg niet al te lang duren; ik kwam immers voor de kustweg.

De dag was prachtig begonnen. Rond een uur of 11 was het een graad of 16 en was de lucht helemaal blauw. Daarom besloot ik dat het wel even de moeite waard was om bij het Fitzgerald Marine Reserve in het plaatsje Moss Beach te stoppen. ‘Marine’ als in het Engelse woord voor ‘van de oceaan’, niet die vechttroep… Onderweg daarnaar een stukje verkeerd gereden (je kon op twee manieren naar rechts, uiteraard gokte ik op de verkeerde manier), maar daardoor kwam ik wel dit geniale bord tegen:

Aangekomen bij het Reserve weinig spannende kleine zeebeestjes gezien (eigenlijk gewoon geen), maar wel weer een prachtig uitzicht over de zee.

Na dit bezoekje ben ik verder zuidwaarts doorgereden. Al rond een uur of twaalf langs mijn motel in Half Moon Bay gereden; dat leek me wat vroeg om in te checken, dus ben ik doorgereden naar het de Main Street van het dorpje, en heb daar wat rondgelopen. Helaas geen leuke winkels (hoewel ik natuurlijk nogal kritisch ben op dat gebied), maar toch best een leuk dorpje.

Ook heb ik helaas geen coffee-to-go kunnen vinden, om die dan iets verderop langs een weg-met-uitzicht bij mijn lunch te kunnen drinken. Dat heb ik nu maar gedaan zonder die koffie, maar wel op zo’n weg-met-uitzicht:

Je kijkt hier oostwaarts richting het zuidelijke eind van de San Francisco Bay, de foto is genomen net onder de kruising van de Ca-92 en de Ca-35. De Lonely Planet raadde namelijk een omweg via de Ca-35 aan, omdat dat een mooie route zou zijn om te rijden. Dat klopte gelukkig, maar wel weer zo’n route zonder enige stopmogelijkheid. Geen foto’s dus (maar wel weer een mooie route gereden).

Laatste stop van de dag was Pigeon Point Light Station. Helaas is de vuurtoren echter al jaren gesloten vanwege slijtage.

Onderweg terug ben ik nogmaals in het centrumpje van Half Moon Bay gestopt, omdat ik eerder vandaag vergeten was te kijken voor een eetgelegenheid. Helaas was alles vér boven mijn budget, dus heb ik zojuist op mijn motelkamer een magnetronmaaltijd verorberd. Het is nogal een kamer; naast een televisie en een tafel met twee stoelen (dat is standaard), heb ik een magnetron en een koelkast (zie je soms wel eens vaker) én een bank met salontafel. Een flink ruime kamer dus! Aanzienlijk beter dan mijn vorige kamer, waar alleen een bed, een tv en een bureau met één stoel stond. Nou ja, meer heb ik niet nodig, maar wat ruimte is wel lekker…

Morgen rijd ik, met onderweg in elk geval een stop in Santa Cruz, naar mijn motel in Monterey. Gelukkig heb ik net op tv een reclame gezien van die motelketen waarin ze aangaven overal gratis internet te hebben, dus ik verwacht morgen weer van me te laten kunnen horen… Tot dan!

Mendocino en de motorkapmeeuw

Wednesday, 27 February 2008

(Het zou haast de titel van een Suske en Wiske kunnen zijn…)

Na vanochtend genoten te hebben van het ontbijt in de Bodega Bay Inn – een ‘self-service continental breakfast’, oftewel een ingerichte keuken met brood, beleg, koffie en thee – in de auto gestapt en noordwaarts gereden op de California State Route 1. Eerste tussenstop zou zijn het Fort Ross State Historic Park; grotendeels een replica van een Russisch fort dat op die plaats gestaan heeft. Eigenlijk was het fort de $ 6 parkeerkosten niet echt helemaal waard, hoewel ik het toch best leuk vond om er even rond te lopen en te kijken. Waarschijnlijk was het fort veel indrukwekkender voor de groep ‘4th graders’ (kids van 9 of 10 jaar) die er afgelopen nacht hadden geslapen, helemaal in het thema (inclusief kleding) uit de bijbehorende periode, begin 19e eeuw. Wat overigens wel prachtig was, was dat er een stel vogels bijna bovenop een aantal vogelverschrikkers was neergestreken. Zo afschrikwekkend waren ze dus niet…

Volgende stop was Point Arena Lighthouse. Helaas was deze vuurtoren toevallig vandaag dicht; kennelijk mag je alleen met een gids naar boven, en was er vandaag voor het eerst in tijden (aldus de dame achter de balie) geen gids aanwezig. Erg jammer, want ik had de kust graag van wat hogerop bekeken. Wel was de weg naar de vuurtoren toe erg mooi:

Bij een parkeerplaats verderop langs de weg, waar ik gestopt was vanwege het uitzicht op de rotsen langs de kust, was het vergeven van de meeuwen. Toen ik in de auto, na wat foto’s gemaakt te hebben, nog even op de kaart zat te kijken, landde er ineens een meeuw op de motorkap van de auto. Ook wel een bijzonder gezicht, zo’n beest vlakbij:

Aangezien ik het niet zag zitten dat het beest mijn huurauto zou beschadigen, vond ik het al snel tijd om er vandoor te gaan. Ik hoopte dat ‘ie zou schrikken van het starten van de motor; dat gebeurde wel (je zag ‘m even bewegen), maar hij bleef wel mooi zitten. Dus moest de lompe methode gebruikt worden; bij een druk op de claxon ging ‘ie er gelukkig wel vandoor en kon ik meeuwloos mijn reis vervolgen.

Een klein stukje verder, aan de kust ten westen van Mendocino, stond ook een aantal hele mooie rotsen voor de kust ‘gedrapeerd’:

Na dit uitzicht doorgereden naar mijn Super 8-motel in Fort Bragg. Daar ingecheckt, mijn spullen uitgeladen en even het dorp ingereden. Daar zag ik in het ‘centrum’ ineens een bierbrouwerij, de North Coast Brewing Co., waar ik maar even naar binnen ben gelopen en waar ik twee lokaal gebrouwen biertjes heb ingeslagen. De eerste *was* erg lekker, de tweede *is* erg lekker. Tussen de eerste en de tweede in heb ik nog een ‘Roasted Turkey Dinner’ verorberd in Perko’s Cafe Grill, vlakbij het motel.

Morgen rijd ik de laatste 45 mijl van de California State Route 1 noordwaarts, tussen Fort Bragg (hier dus) en het eindpunt nabij Leggett. Daarna nog zo’n 130 mijl zuidwaarts over de US Route 101 richting mijn motel in Rohnert Park.

Verrassing!

Tuesday, 26 February 2008

Ondanks dat ik jullie een dag rust beloofd had, is er nu toch een bericht van mij. Het hotel waar ik nu zit had niets hun website staan over het al dan niet aanbieden van internet, en eerlijk gezegd vond ik het ook niet echt een hotel voor zoiets high-techs. Maar toen ik net onder het eten in mijn Lonely Planet zat te lezen (en voor de gein ook het stukje over dit hotel doorlas), stond daar ineens dat ze Wi-Fi aanbieden. Niet alleen een verrassing voor jullie dus, maar ook voor mij…

Een andere reden dat ik blij ben met de internetverbinding, is dat ik vanavond – in deze chique inn – in de ‘Music Room’ logeer. Eerder vandaag zat ik mezelf in de auto al op m’n kop te geven over het feit dat ik vergeten was wat bladmuziek op m’n laptop te downloaden, aangezien de Music Room beschikt over een heuse (weliswaar niet geheel zuivere) piano! Daar moet toch wat op gespeeld worden, om het gebrek aan muziek maken gedurende deze vier weken vakantie enigszins te compenseren…

Goed, nu over de belevenissen van eerder vandaag. Vanochtend om stipt 10 uur in de auto gestapt, en richting de Golden Gate Bridge gereden. Direct aan de noordkant daarvan zit ook nog een uitzichtspunt, dus daar ben ik maar eventjes gestopt. Een erg mooi uitzicht op de brug en op de stad, maar zo enorm veel en fel tegenlicht dat foto’s maken compleet zinloos was.

Na dit uitzicht ging ik op weg naar Muir Beach Overlook, wat volgens een van de boekjes een prachtig uitzicht gaf over de zee en de kust van Northern California. Kennelijk was er ook een gewone Muir Beach (zonder Overlook); dat bleek althans toen ik daar ineens stond. Dat was ook best een mooi strand (de eerste kennismaking met de kust zonder stad eromheen), maar ik ben toch al snel doorgereden naar de Overlook. Daar van een adembenemend uitzicht genoten over de oceaan en de kust.

Vervolgens ben ik doorgereden naar het Muir Woods National Monument. Daar zouden grote redwood-bomen staan, en volgens het boekje was dit zeer de moeite waard. Het boekje had gelijk; ik heb een korte wandeling gemaakt (zo’n 2 km; de volgende in lengte was direct veel langer en ik wilde nog meer zien) tussen een heleboel hoge redwood-bomen…

…om een riviertje.

Het dagprogramma vervolgde zich met de reis naar de Point Reyes National Seashore, waar een mooie vuurtoren zou staan. Die stond er zeker, maar je moest wel eerst een flink lange trap afdalen. Bovenaan stond zelfs een bordje (‘Caution!’) dat de terugweg (omhoog dus) nogal zwaar was, omdat de hoogte vergelijkbaar was met een gebouw van 30 verdiepingen. Tsja, dat merk je toch pas op de terugweg, dacht ik… De vuurtoren stond er in het zonlicht inderdaad erg mooi bij:

Daarna op weg naar het hotel, waar ik m’n spullen even gedumpt heb en direct ben doorgereden naar de kust, waar ik rond 10 voor 6 aankwam; de zonsondergang zou om 6 uur zijn, had ik toevallig eerder die dag op een bordje bij de vuurtoren zien staan. Aldaar een prachtig uitzicht gehad op hoe de zon zich in de zee liet zinken:

Toen moest ik maar eens op zoek naar een eetgelegenheid. Een gulden middenweg bestaat niet in dit dorp, dus ben ik bij een soort van Amerikaanse snackbar (met ‘Open’ in neonverlichting enzo) naar binnen gedoken, en heb daar onder het genot van een hefeweizen-biertje een portie Fish and Chips verorberd. Niet bepaald Amerikaans dacht ik zo, maar wel erg lekker.

En nu zit ik in mijn royale hotelkamer, met piano en Kingsize bed, dit verhaal te typen. De streek kenmerkt zich niet echt door goedkope motelketens (branches an sich zijn hier sowieso nauwelijks te vinden), dus dit was zowaar ongeveer de goedkoopste optie (wel $79) in de hele streek. Maar wel een briljante goedkoopste optie:

Hier kan ik wel een nachtje maffen… Morgen naar mijn (hele goedkope) motel in Fort Bragg; onderweg onder andere stoppen te Jenner, Fort Ross, Gualala, Point Arena en Mendocino. Als de tijd het toelaat…

Tot slot nog even een bedankje weer voor jullie reacties, die zijn zo ver weg altijd erg leuk om te lezen!!