Dinsdag 26 juli: Heerlijk hap-snap.

Vandaag was al de laatste volledige dag in IJsland, en dat betekende alvast verkassen naar de omgeving van de luchthaven waarvandaan we morgen het land weer verlaten. De dag bracht ons, naast een grotendeels blauwe lucht en een verrukkelijke 20 graden, een hoop afwisseling. Het was voornamelijk een stuk autorijden, uitstappen en rondkijken, en weer verder met de auto. Een prima dagbesteding zo richting het einde van de reis! Maar het afscheid van mijn bergschoenen deed vanochtend natuurlijk wel even extra pijn..! Onderweg naar de eerste geplande stop kwamen we al bij een ongeplande stop: een waterval die we niet (althans niet bewust) in de reisboekjes hadden gezien, maar die wel stond aangegeven op de kaart: de Urriðafoss. Dus die gaven we maar een kans, en dat bleek geheel terecht:


Klik hier voor een vergroting

Hierna zetten we koers naar een bestemming die tot IJslands ‘Gouden Cirkel’ wordt gerekend: de explosiekrater Kerið. Deze zou volgens de boekjes extra mooi zijn bij goed weer, vanwege het contrast tussen het blauwgroene water in het kratermeer en de roodachtige stenen van de krater. De boekjes hadden gelijk:


Klik hier voor een vergroting

De volgende bestemming viel enigszins tegen: de bronnen van Hveragerði; deze vonden we niet zo spannend… Voordeel was wel dat we door deze tussenstop, op onze weg naar de zuidkust, een kleine omweg moesten maken en dat het landschap waardoor we nu reden, op het betreffende stuk van route 1 en op route 39, prachtig was. Hoe zeer een landschap kan veranderen in een paar kilometer is fantastisch!

Aangekomen bij de zuidkust stopten we om een kijkje te nemen bij het Strandarkirkja, dat inderdaad een bijna op het strand gelegen kerkje is. Zo vlakbij een havenloze (niet haveloze!) en ruige kust is het in het verleden een belangrijke bestemming voor zeelui geweest, hoewel ik me dan wel afvraag hoe ze er precies kwamen…


Klik hier voor een vergroting

Het beeld op de voorgrond heet Landsýn (‘Land in zicht’) en is een uitbeelding van het verhaal van de bouw van het eerste kerkgebouw hier (in de 12e eeuw): volgens de overlevering waren de bouwers zeelui die op een nogal stormachtige dag op zee aan God hadden beloofd een kerk te bouwen op de plaats waar ze (veilig!) aan land kwamen. En dat hebben ze dus blijkbaar gedaan.

Wat volgde was een mooie rit langs de zuidkust, verder westwaarts, met een stop bij het in het uiterste zuidwesten gelegen geothermische gebied Gunnuhver. Dit is maar een klein actief gebied, maar wel met een redelijk extreme bron die enorm veel water en stoom uitspuugt.


Klik hier voor een vergroting

De bron van de linker stoomwolk is een energiecentrale, maar de rechter komt gewoon uit de grond…

Iets verderop zijn we gestopt bij de vuurtoren Reykjanesviti, waar we helaas niet in konden, en de vlak daarbij gelegen rotsige kustlijn. De laatste stop van de dag was bij de ‘Brug tussen de continenten’, een brug die over een kleine kloof is aangelegd en zo de Noord-Amerikaanse en Euraziatische tektonische platen met elkaar verbindt.

Inmiddels zijn we aangekomen in Keflavík, waar we onze laatste nacht verblijven. Toen we door het plaatsje wandelden op weg naar de pizzeria, viel ons de drukte op (en tegen). En dat in deze kleine plaats! Zo zie je maar waar je in twee weken dunbevolkte gebieden in IJsland aan gewend raakt… Maar het is goed dat we weer wat aan drukte wennen: morgen sluiten we onze reis op een relaxte wijze, maar wel op een drukke plek, af: in de Blue Lagoon. Aan het einde van de middag vliegen we dan weer terug, maar die gedachte zet ik voorlopig nog maar even uit mijn hoofd…