Een museum, een verlaten stad en een nachtvlucht

Zaterdag 4 en zondag 5 mei. Voor onze laatste dag in Israël stond een bezoek aan het Israel Museum op het programma, een groot en afwisselend museum dat ons een mooie afsluiting leek van onze twee weken in dit land.

Na het reorganiseren van de bagage, het uitchecken en het achterlaten van onze koffers bij de receptie van het hotel, wandelden we in een klein halfuurtje door de redelijk verlaten straten van Jeruzalem naar het museum. Het was zo rond half elf ’s ochtends op de Shabbat-ochtend en niet dat het in Nederland op zondagochtend rond die tijd zo druk is, maar voor een grote stad als Jeruzalem deed het me wel érg rustig aan: af en toe eens een auto of een voetganger. Ook liepen we door een straat die elke Shabbat en elke feestdag verboden is voor autoverkeer: deze was nu ook echt afgezet met een hek en een paar vuilniscontainers. Mooi om zo’n stad zo rustig te zien.

Het museum is mooi gelegen in een groen deel van de stad en ligt overigens vlakbij de Knesset (het parlement), waarvan het gebouw uit de jaren 1960 stamt wat hier duidelijk aan is af te zien en waarvan ik dus maar geen foto plaats; ach, over smaak valt (niet?) te twisten…

Eenmaal in het museum lopen Edo en ik haast automatisch als eerste naar het gebouw met de naam ‘the Shrine of the Book’, oftewel de plaats waar een aantal van de Dode Zee-rollen tentoon is gesteld. Dit is een collectie van maar liefst 900 rollen, waaronder 200 met de teksten van de Hebreeuwse Bijbel, waarvan de eerste eind 1946 of begin 1947 bij toeval in een grot nabij Qumran, aan de noordwesthoek van de Dode Zee, is ontdekt. In totaal zijn er in elf nabijgelegen grotten rollen gevonden.

Het gebouw waarin de rollen te zien zijn is zelf al mooi en moet de vorm weergeven van de deksel van de kruiken waarin de rollen al die tijd bewaard zijn gebleven.

Shrine of the Book

Binnen mogen er helaas geen foto’s gemaakt worden, maar op internet is her en der wel wat te vinden… Na een mooie ‘inleidende gang’ met informatie over de groep die leefde rond de plek waar de Dode Zee-rollen zijn gevonden en die gezien wordt als een sectie binnen of gerelateerd aan de Essenen (maar daarover is geen volledige wetenschappelijke consensus), kom je aan bij de ronde zaal (gelegen onder het deksel-dak op de foto hierboven) waarin de rollen daadwerkelijk geëxposeerd staan. Het pronkstuk van de collectie staat in het midden: een tussen 150 en 100 voor Christus op perkament geschreven bijna complete versie van het Bijbelboek Jesaja. Overigens wordt van deze rol, net als van de andere tentoongestelde, steeds maar een klein stukje van de echte rol tentoongesteld, de rest is een kopie. Welk stukje echt is, is voor bezoekers niet te achterhalen en wisselt bovendien om de zoveel tijd: daarna mag het echte stukje weer naar een donkere bewaarplaats en wordt er een ander echt stukje van stal gehaald; wat mij betreft een prima methode om de rollen goed te bewaren maar wel aan het publiek te kunnen tonen.

Ook tentoongesteld is een deel van de zogenaamde Aleppo Codex, een in de tiende eeuw in Tiberias geschreven versie van de boeken uit de Hebreeuwse Bijbel, waaronder ook Jesaja. Vergelijkingen tussen de Bijbelrollen van vóór Christus en de Aleppo Codex hebben opvallend weinig verschillen aan het licht gebracht, ook al zit er meer dan een millennium tussen de momenten waarop beide zijn geschreven. Mooi!

Na dit bezoek begaven we ons naar het hoofdgebouw van het museum om even naar iets heel anders te kijken: moderne schilderkunst. Het was eventjes nodig om het hoofd op iets heel anders te richten en dat ging hier prima; er hing genoeg moois om van te genieten. Toen we daarna langzaamaan in de sectie over volkenkunde belandden, merkte ik wat twee weken redelijk intensief vakantievieren met je doet: het was een interessante sectie, met ook goed geschreven informatieborden, maar het hoofd zat toch gewoon vol. Hier ben ik dus maar wat doorheen geslenterd, af en toe een bordje in me opnemend, maar niet heel gretig. Enerzijds jammer, anderzijds ga ik daarvoor dan maar eens naar een museum in Nederland… Ik was hierdoor gelukkig wel weer wat meer ‘opgeladen’ voor de sectie over (de geschiedenis van) het Jodendom, met onder andere de interieurs van vier synagogen van over de wereld die na hun sluiting in dit museum zijn gereconstrueerd: leuk om te zien hoe een aantal objecten redelijk overeenkomt maar de stijlen ook heel erg afhankelijk zijn van de locatie, bijvoorbeeld Italië, India of Suriname. Ook waren er teksten en objecten gerelateerd aan bijvoorbeeld de Joodse feestdagen.

Rond sluitingstijd verlieten we langzaamaan weer het museum en liepen we, ongeveer op half tempo, weer terug naar het nieuwe centrum. Ook nu, even na vier uur ’s middags, was het nog erg rustig op straat, hoewel er wel wát meer volk te zien was. In het park dat we tijdens onze wandeltocht even schampten was het wel drukker, hier zaten allerlei verschillende mensen van het zonnetje te genieten. Toen we op een straathoek net buiten het park een kroegje-met-terrasje vonden dat zowaar open was, hebben we daar maar een biertje gedronken, en toen het happy hour bleek (bestaat dat in Nederland nog? in Jeruzalem zie je het vrij veel) hebben we er nog maar eentje gedaan, vergezeld van een burger aangezien het tegen zes uur liep. Na nog wat meer rondzwervingen, en nog een poosje ouwehoeren op een willekeurig zitje ergens in het centrum, kwamen we even voor acht uur terecht bij het laatste terrasje van de reis waar we een kleine twee uur hebben gezeten. Toen we daar weggingen was het tegen tien uur, was de zon dus al lang en breed onder en de Shabbat daarmee ook afgelopen, en plots was Jeruzalem weer een stad zoals je die zou verwachten op een avond in het weekend: behoorlijk druk en alles open. Heel veel is dus op zaterdagavond om een uurtje of negen weer open gegaan en ook het volk stroomde weer toe. Nadat Edo op de valreep toch nog iets heeft weten te halen bij een koosjere McDonald’s (die ging om kwart voor tien weer open), liepen we naar ons hotel, waar we de koffers hebben opgehaald en reisden we met de tram en de trein naar de luchthaven. Daar waren we natuurlijk veel te vroeg, maar als we later hadden willen weggaan hadden we toch alleen maar zitten wachten tot het tijd was om te gaan, dus het was goed zo.

Na de meest intensieve veiligheidscontrole die ik ooit heb meegemaakt (van de handbagage) waaronder het inpakken van mijn e-reader en externe harde schijf in enorm veel bubbeltjesplastic waarna deze in een doos bij de ruimbagage werd gestopt, omdat ze die niet mee wilden geven in mijn handbagage (heel vreemd, maar goed, het was wel helemaal prima geregeld), stapten we dan eindelijk rond half vijf ’s nachts het vliegtuig in. Met zo’n drie kwartier vertraging – net als alle andere rond dezelfde tijd geplande vertrekken – stegen we op en lieten we Israël achter ons. Bij aankomst in Brussel hadden we geluk: onze koffers en mijn extra doos met e-reader, externe harde schijf en extreem veel lucht kwamen alle drie als één van de eerste de bagageband op waarna we een sprintje trokken om nog net op tijd bij de laatste shuttlebus van de ochtend naar mijn auto, die geparkeerd stond bij ons luchthavenhotel, te zijn; anders hadden we er met allerlei omwegen met het reguliere OV (of natuurlijk een taxi) moeten komen, dus hier waren we erg blij mee. Met een kop koffie, een hoofd vol verhalen en verbaasde blikken richting de thermometer reden we op deze 74e viering van Bevrijdingsdag en bovendien de honderdste geboortedag van mijn grootvader vanuit Brussel naar mijn eigen beloofde land: Nederland. In Dordrecht heb ik Edo vlakbij zijn huis afgezet en zo’n drie kwartier later was ik zelf ook thuis en stak ik met een tevreden gevoel de sleutel in het voordeurslot: na een mooie reis is het hier weer heerlijk thuiskomen.

Ik kijk terug op een prachtige, verrassende vakantie zoals ik er niet een eerder heb gehad. Naast de prachtige natuur, zowel van het vruchtbaardere noord-Israël als van de woestijn in het zuiden en in Jordanië, bestond deze reis voor een voor mijn doen behoorlijk groot deel ook uit geschiedenis en het bezoeken van plekken met betrekking tot één van de wereldreligies, en daar heb ik ook van genoten. Ook de mensen maken het een fijn land om doorheen te reizen: sommigen lijken in beginsel wat nors maar in een niet gering aantal gevallen blijkt dat vooral met het spreken van Engels te maken te hebben, iets wat ze prima doen maar in veel gevallen misschien nog wat moeten ontdooien. Dat lukt echter vaak prima en dan heb je direct met een aardige en behulpzame persoon te maken.

Als vakantieland, met in deze reis de focus op natuur en (verre) geschiedenis, is Israël me dus prima bevallen. Aan alle meelezers en aan iedereen die heeft gereageerd, op het weblog, per e-mail, per berichtje of hoe dan ook, heel hartelijk bedankt! En last but not least: medereiziger Edo hartelijk bedankt voor het planten van het idee voor deze reis en voor het goede gezelschap! Wat voor mij nu rest zijn de mooie herinneringen aan de reis en de verhalen op dit weblog die ik zeker zelf nog regelmatig zal teruglezen, en dan volgt nu natuurlijk het gaan bepalen van de titel van mijn volgende reisblog! De tijd zal leren wat dat gaat worden…

Eén reactie